Kinderen

Algemeen

Herkent u dit?

Mijn kind
struikelt vaak..
laat veel vallen en gooit vaak wat om..
is onhandig..
beweegt houterig/slap/wild..
werkt ongeorganiseerd aan tafel..
kan nog steeds niet zonder zijwieltjes fietsen..
heeft veel moeite met zwemmen..
kan moeilijk meekomen tijdens de gymles en wordt altijd als laatste gekozen wat hem onzeker maakt..
heeft problemen met schrijven en een slordig handschrift..

Al deze voorbeelden zijn kenmerken van kinderen die mogelijk een motorisch probleem hebben. Het kind handelt altijd uit onmacht wat zich kan uiten in frustratie of clownesk gedrag om zijn onzekerheid te verbloemen. Dit is dus geen onwil. De vaardigheden waar ze goed in zijn worden vaak leuk gevonden, waardoor deze steeds meer worden geoefend. Het gevolg is dat de vaardigheden die ze niet goed beheersen, minder gedaan zullen worden tijdens het spelen. Hierdoor kan een motorische ontwikkelingsachterstand ontstaan.

Waarom nu kinderoefentherapie Cesar?

Oefentherapie Cesar gaat uit van het geheel. Dat houdt in dat wij niet lokaal kijken, naar één onderdeel van de motoriek, maar naar de motoriek als geheel. Zo hoeft bij kinderen die moeite hebben met schrijven het probleem niet zo zeer alleen in de fijne motoriek te zitten, maar kan het zijn dat er in overige delen van de motoriek problemen zijn waardoor er niet voldoende basis gevormd kan worden voor het schrijven zelf. Met deze basisgedachte van oefentherapie Cesar onderzoeken en behandelen wij kinderen in onze praktijk.

Onderzoek

Wanneer er een vermoeden is van een motorisch probleem, kan er na een verwijzing van een huisarts, schoolarts of kinderarts een motorisch onderzoek worden gedaan. Tijdens dit onderzoek krijgt de therapeut inzicht in het motorische niveau van het kind. We maken gebruiken van de movement ABC. Dit is een gestandaardiseerde test die de kwantiteit (kan het kind het?) van het bewegen meet middels een score. Ook nemen wij na de test extra aanvullende observaties af om de kwaliteit (hoe ziet het bewegen eruit?) van het bewegen te beoordelen.
De volgende onderdelen van de motoriek worden bekeken:


Van het onderzoek ontvangt u een uitgebreid verslag.

Behandeling

Het kind ontwikkelt zijn motoriek in een bepaalde volgorde. Tijdens het oefenen van alle onderdelen moet rekening worden gehouden met de motorische ontwikkelingsfases (zie motorische ontwikkeling) en de specifieke problematiek van het kind.

Het kind komt één maal per week naar de praktijk. Tijdens de behandeling wordt spelenderwijs de motoriek geoefend. Hierdoor wordt er bewegingservaring opgedaan. Door variatie aan te bieden, oplopend van eenvoudig naar complex en van grof naar fijn, oefent het kind zijn motoriek. Dat geeft ze veel zelfvertrouwen, waardoor het bewegen vanzelfsprekender wordt, de achterstand langzaam verdwijnt en leeftijdsadequaat wordt.

Evenwicht

In de ontwikkeling van het kind is de ontwikkeling van het evenwicht van groot belang. Voordat het kind kan zitten en staan moet het eerst zijn hoofd en romp in evenwicht kunnen houden (= hoofd- en rompbalans) en moet het ook de steunreacties voldoende eigen hebben gemaakt. Het kind dat een slecht evenwicht heeft, zal moeite hebben met motorische vaardigheden zoals: op één been staan, fietsen, zwemmen, maar ook het schrijven, etc.. Dit kan weer invloed hebben op de totale ontwikkeling, denk aan zekerheid en zelfvertrouwen.
Terug naar onderzoek

Grove motoriek

Dit zijn motorische vaardigheden zoals: rollen, lopen, rennen, springen, hinkelen en huppelen. Hierbij spelen coördinatie en gelijktijdigheid een belangrijke rol. Het zijn vaardigheden die je bij het buiten spelen ziet en die ook buiten goed geoefend kunnen worden.
Terug naar onderzoek

Ooghandcoördinatie

In de ontwikkeling leiden eerst de handen de ogen ( bij een heel jong kind), maar dan nemen de ogen de leidende functie over en leiden de ogen de handen. Bij veel vaardigheden komt deze ooghandcoördinatie te pas. Bijvoorbeeld bij het spelen met een bal en fijn motorische vaardigheden zoals knippen, vouwen en natuurlijk het schrijven.
Terug naar onderzoek

Fijne motoriek/schrijfmotoriek

Hierbij gaat het om zowel de hand- en vingermotoriek als de mondmotoriek (articulatie) en oogmotoriek. Deze hebben alle drie te maken met een vorm van communicatie namelijk: schrijven, praten en lezen en spelen in het totale leerproces een belangrijke rol.
Terug naar onderzoek

Tijd/Ruimtelijke oriëntatie en lichaamsschema

Bij de ruimtelijke waarneming gaat het erom of je met de ruimte om je heen uit de voeten kunt, weet waar je je bevindt, hoe ver iets weg is, hoe groot de afstand is, maar ook of iets rond of vierkant is en hoeveel plaats het in neemt. Ruimtelijke begrippen als voor, achter, op, onder, schuin, links en rechts hebben hiermee te maken. Het kind leert eerst hoe het zich beweegt, wat het met zijn eigen lichaam kan (lichaamsschema) om dan vanuit het eigen lichaam de omgeving en de objecten in de omgeving te gaan verkennen. Het leert hoe ver het zijn arm moet uitstrekken om de rammelaar te pakken, de vingers moet richten en hoe stevig het de rammelaar moet vastpakken om deze vervolgens met een goede beweging het gewenste geluid te laten geven. Hierbij is ook de opeenvolging van de handelingen van belang en dat is het aspect van tijdwaarneming. Hiertoe behoort ook het maat- en ritmegevoel en begrippen als snel, langzaam en van een steeds terugkomende cyclus zoals de dag en nacht en de dagen van de week.
Terug naar onderzoek

Houding en beweging

Hierbij wordt gekeken naar de lichaamshouding van het kind en de bewegingsmogelijkheden van het lichaam. Is er sprake van een ronde (kyfose) of holle (lordose) rug, of is er sprake van een scheve rug (scoliose). Heeft het kind een goede sta- en zithouding? Zijn er bewegingsbeperkingen door bijvoorbeeld te korte spieren? Is de spierkracht voldoende? Is er teveel of juist te weinig spanning in de spieren (hypertoon of hypotoon)? In de behandeling wordt ook aan deze aspecten aandacht besteed.
Terug naar onderzoek